Werkkapitaal in een uitzendbureau.Je betaalt lonen weken voordat je klant betaalt.
Elke flexondernemer kent het: de omzet groeit, de winst is prima, en toch staat de rekening krap. Hier lees je waar je geld vastzit, hoe de G-rekening, factoring en kredietverzekering werken, wat de Wtta-borg doet met je kas, en wat een koper met je werkkapitaal doet als je verkoopt.

Rekent met je mee
Stef Kanen. Registeraccountant, uit de M&A-praktijk van EY. Bel direct: 040 798 8782 of volg op LinkedIn
Waarom werkkapitaal in de flex zo zwaar weegt.
Een uitzendbureau verkoopt uren. Die uren betaal je aan je uitzendkrachten uit per week, per vier weken of per maand: de uitzend-cao kent alle drie. Je klant betaalt je factuur pas na zijn betaaltermijn. Dat gat vul jij, met je eigen geld of met geld van een financier.
De wet helpt een beetje. Een grote onderneming mag een mkb-leverancier hooguit 30 dagen laten wachten, tussen bedrijven onderling is 60 dagen de grens. Maar uit een peiling onder ondernemers, die de Rijksoverheid in 2024 publiceerde, bleek dat ze weinig merken van die wet, en in juni 2026 riep de minister bedrijven en overheden opnieuw op om leveranciers op tijd te betalen. Reken dus niet op de termijn in het contract, maar op wat je klant in de praktijk doet.
Rekenvoorbeeld
Een vereenvoudigd voorbeeld met eigen aannames. Je bureau heeft 50.000 euro aan loonkosten per week. Je verloont wekelijks: het loon over week 1 betaal je in week 2. De factuur over week 1 gaat ook in week 2 de deur uit.
- Klant betaalt in 30 dagen. Het eerste geld komt in week 6. Tot dan heb je vier weken loon betaald: 200.000 euro voorgeschoten.
- Klant betaalt in 60 dagen. Het eerste geld komt rond week 10. Dan zit er acht weken loon in: 400.000 euro.
- Klant betaalt twee weken te laat. Dan komt er nog eens 100.000 euro bij.
Dat bedrag komt niet eenmalig. Het blijft vastzitten zolang je die klant bedient, en het groeit mee met elke uitzendkracht die je erbij plaatst.
Daar zit de paradox van de flex. Groei kost eerst geld en levert pas later geld op. Een bureau dat hard groeit met een klant die in 60 dagen betaalt, kan op papier winst maken en toch in de problemen komen. Wie zijn marge per uur scherp heeft, ziet ook sneller wat een lange betaaltermijn hem echt kost. Reken je tarief en marge uit.
De G-rekening en de inlenersaansprakelijkheid.
Betaalt een uitlener zijn loonheffingen en btw niet, dan kan de Belastingdienst de inlener aansprakelijk stellen. Dat is de inlenersaansprakelijkheid. Je klant loopt dus een risico als hij met jou werkt, of je nu uitzendt of detacheert.
Je klant kan dat risico beperken door een deel van je factuur op je G-rekening te storten. Voor dat deel is hij dan niet aansprakelijk. Er is geen vast percentage: het gaat om het deel van de factuur dat bestaat uit loonheffingen en btw, en die schatting maken jullie samen.
Voor je werkkapitaal is dit het punt: geld op je G-rekening is geblokkeerd. Je mag het alleen gebruiken om loonheffingen en btw te betalen. Nettolonen betaal je er niet mee. Staat er meer op dan je nodig hebt, dan vraag je deblokkering aan voor het overschot. Volgens de Belastingdienst duurt de afhandeling normaal ongeveer twee weken, soms langer.
- Stem het percentage af. Een klant die te veel op je G-rekening stort, zet geld vast dat je voor lonen nodig hebt. Een klant die te weinig stort, loopt zelf risico.
- SNA-register. Voor inleners die werken met een bureau in het SNA-register bestaat onder voorwaarden een fiscale vrijwaring. Je keurmerk scheelt je klant dus stortingen, en jou werkkapitaal.
- Verklaring betalingsgedrag. Klanten vragen vaak om de verklaring betalingsgedrag inlenersaansprakelijkheid. Die vraag je aan bij de Belastingdienst.
Een koper kijkt naar het saldo op je G-rekening en naar hoe je ermee omgaat. Een hoog saldo dat al lang niet is gedeblokkeerd, is geld dat niet meedoet. Spreek bij een verkoop af of dat saldo als kas meetelt.
Factoring en debiteurenfinanciering.
Bij factoring verkoop of verpand je je facturen aan een financier, de factor. Die betaalt je meteen het grootste deel van het factuurbedrag uit, volgens de KVK meestal 80 tot 90 procent. Betaalt je klant, dan krijg je de rest, min de kosten en de rente.
Er zijn grofweg twee smaken. Bij klassieke factoring gaat je hele debiteurenportefeuille naar de factor, en de waarde daarvan bepaalt hoeveel krediet je krijgt. Bij Amerikaanse factoring kies je zelf welke losse facturen je verkoopt. Dat kan al met een of twee debiteuren.
Wat het kost, verschilt sterk per financier en per bureau. Je betaalt een vast bedrag of een percentage van je omzet, en rente over het voorschot. Vergelijk daarom altijd de totale kosten per jaar, niet alleen het percentage in de offerte.
Waar je op let
- Looptijd en opzegtermijn. Hoe lang zit je vast, en wat kost het om eerder te stoppen?
- Limieten per debiteur. Vraag of de factor per klant een maximum hanteert. Groeit je grootste klant daarboven uit, dan groeit je voorschot niet mee.
- Wie het risico draagt. Betaalt je klant niet, moet jij het voorschot dan terugbetalen, of draagt de factor dat verlies?
- Je klantrelatie. Weet je klant dat je factoort, en wie belt hem als hij te laat betaalt?
- De G-rekening. Vraag hoe de factor omgaat met het deel dat je klant op je G-rekening stort. Er zijn factoren die alleen een voorschot geven op het deel van de factuur zonder het G-deel.
- Een verkoop. Wat gebeurt er met het contract als de aandelen van eigenaar wisselen? Dat wil je weten voordat je tekent, niet pas in het boekenonderzoek.
Wie factoring aanbiedt in de flex
Er zijn banken met een eigen tak voor debiteurenfinanciering en gespecialiseerde partijen. Een paar voorbeelden die zich op hun eigen site op uitzendbureaus of detacheerders richten:
- ABN AMRO. Bank met een aparte tak voor debiteurenfinanciering, Commercial Finance, die volgens de eigen site ongeveer 90 procent van het factuurbedrag financiert. De bank biedt ook G-rekeningen aan en publiceert sectoranalyses over de detacheringsbranche.
- Bibby Financial Services. Biedt financiering voor uitzendbureaus en recruitmentbedrijven. Volgens de eigen site blijft je klant het G-deel op je G-rekening storten en krijg je een voorschot op het deel zonder G-deel.
- Factris. Heeft een eigen factoringaanbod voor uitzendbureaus.
- o2Factoring. Richt zich volgens de eigen site op de uitzend- en detacheringssector.
- Svea Bank. Heeft een eigen factoringaanbod voor uitzendbureaus.
Deze lijst is niet volledig en geen aanbeveling. We noemen de partijen alleen om je op weg te helpen, zonder volgorde. Meer aanbieders vind je in de ledenlijst van FAAN, de brancheorganisatie voor factoring. Vraag altijd meerdere offertes op en laat je contract lezen door je accountant of jurist.
Kredietverzekering en limieten
Met een kredietverzekering dek je het risico dat een klant niet betaalt. Je betaalt premie over je omzet. Kan je klant niet betalen, dan keert de verzekeraar uit en probeert hij het geld zelf te innen. Je kunt dekken per transactie, per debiteur of per land. De verzekeraar verwacht wel dat je je debiteurenbeheer op orde hebt.
De kern zit in de kredietlimiet: het maximale bedrag per klant dat verzekerd is. Een verzekeraar kan die limiet verlagen of intrekken als het slechter gaat in een sector. Voor een uitzendbureau is dat geen detail. In het rekenvoorbeeld hierboven staat bij een klant met 60 dagen al 400.000 euro open. Is de limiet op die klant de helft, dan draag je de rest zelf.
Een eigen observatie: de klanten met de langste termijnen zijn vaak ook de grootste. Juist daar loopt je risico het hoogst op. Kijk dus per klant hoeveel er openstaat, niet alleen naar het totaal.
Het risico van overfinanciering.
Factoring is gemaakt om het gat tussen lonen en betalingen te overbruggen. Het gaat mis als je er meer mee gaat doen. De ruimte groeit namelijk vanzelf mee met je omzet, en dat voelt als vrij geld. Dat is het niet: elk voorschot is een schuld die je terugbetaalt met het geld van je klant.
Drie patronen zie je vaak:
- Groei financieren. Een nieuwe vestiging, extra intercedenten of een overname betaald uit de voorschotten. Dat zijn uitgaven die jaren terugverdienen, gefinancierd met geld dat binnen weken terug moet.
- Verliezen afdekken. Een slecht kwartaal of een klant met een te lage marge wordt stil opgevangen door de factor. Het probleem verdwijnt niet, het schuift door.
- Dividend. Geld uit de bv halen terwijl de voorschotten oplopen. Je leent dan eigenlijk op je eigen facturen om jezelf uit te betalen.
Het klemeffect
Valt een grote inlener weg, dan stoppen de facturen voor die klant, en daarmee krimpt je financieringsruimte direct. Je kosten dalen niet net zo snel. Betaalt diezelfde klant ook nog later dan afgesproken, dan staat er meer open terwijl je voorschot niet meegroeit. Kijk in je contract wat er gebeurt met facturen die over de termijn gaan.
Daar komt de afhankelijkheid van één financier bij. Bij klassieke factoring is je hele debiteurenportefeuille verpand. Een andere financier kan daar niet zomaar bij. Verlaagt je factor de limiet op een klant of zegt hij op, dan heb je weinig uitwijk, en meestal op het slechtste moment.
Wat een koper ermee doet
Voor een koper is een openstaand factoringvoorschot een schuld. In de equity bridge gaat het van de ondernemingswaarde af, net als een banklening. Tegelijk spreek je een normaal niveau van werkkapitaal af, en je debiteuren horen daarbij. Die blijven dus in het bedrijf.
Een vereenvoudigd voorbeeld. Je bureau is 3 miljoen euro waard en er staat 600.000 euro aan voorschotten open. Dan ontvang je, voor de andere posten, 2,4 miljoen euro. Heb je met die voorschotten eerder dividend betaald, dan was dat eigenlijk een voorschot op je eigen verkoopprijs, alleen met rente en kosten.
Signalen dat je te ver gaat
- Je gebruikt de ruimte bij je factor structureel tot het maximum.
- Ondanks factoring is je rekening aan het eind van de maand leeg.
- Je betaalt loonheffing of btw laat of in delen. Dat raakt ook je verklaring betalingsgedrag, en die heb je nodig voor de Wtta.
- Je financieringsruimte hangt af van een of twee klanten.
- Je hebt geld uit de bv gehaald terwijl de voorschotten opliepen.
- Je weet niet precies wat factoring je per jaar kost.
Wat je dan doet
- Maak een kasprognose voor de komende dertien weken, per week, met je lonen, afdrachten en verwachte betalingen per klant.
- Scheid werkkapitaal van investeringen. Groei en overnames betaal je uit eigen vermogen of een lening met een looptijd die erbij past, niet uit voorschotten.
- Bouw af in stappen. Stop met uitkeren zolang de voorschotten boven het niveau liggen dat je lonen vragen, en zet een deel van je winst in om ze terug te brengen.
- Pak de bron aan. Kortere termijnen bij nieuwe klanten, strakker debiteurenbeheer en minder afhankelijkheid van een enkele inlener.
- Praat vroeg met je financier. Liever nu over een afbouwplan dan straks over een verlaagde limiet.
Denk je over verkopen na, begin dan een jaar eerder. Een bureau dat zijn factoring terugbrengt tot wat de lonen vragen, laat een koper een gezonder bedrijf zien en houdt zelf meer over van de koopprijs.
De Wtta-borg: een ton die vastligt.
Vanaf 1 januari 2027 heb je als uitlener een toelating nodig. Daarbij hoort een waarborgsom van 100.000 euro per uitlenende bv, tenzij je voor vrijstelling in aanmerking komt. Voor je werkkapitaal betekent dat vier dingen:
- Het geld staat vast. Houd je je vier jaar aan de regels, dan krijg je het terug. Stop je eerder met uitlenen, dan kan het volgens de NAU na 26 weken worden terugbetaald. Dat vraag je zelf aan.
- Je krijgt er geen rente over. Het is geld dat niets opbrengt en niet meedoet.
- Je stort het pas als de NAU je wil toelaten. Aanvragen doe je van 1 mei tot en met 30 juni 2027. Je hoeft het bedrag dus nu nog niet opzij te zetten, maar het moet er wel zijn als de NAU erom vraagt.
- Het telt per bv. Heb je meerdere bv's die uitlenen, dan telt de borg per bv mee.
In het rekenvoorbeeld is een ton twee weken loon. Een bureau dat nu al krap zit, heeft dan in 2027 minder ruimte om lonen voor te schieten of te groeien. Plan het in je kasprognose voor 2027, en praat er op tijd over met je bank of financier. Lees alles over de borg en de vrijstelling.
Wat een koper met je werkkapitaal doet.
Een koper betaalt voor een bedrijf dat draait. Daar hoort een normaal niveau van werkkapitaal bij: genoeg debiteuren min crediteuren om de lonen te blijven betalen zonder dat hij er geld bij moet leggen. Dat niveau spreek je samen af, meestal op basis van een gemiddelde over de afgelopen maanden.
Via de equity bridge ga je van de ondernemingswaarde naar wat jij ontvangt: plus de vrije kas, min de schulden, plus of min een correctie voor het werkkapitaal. Zit er bij de overdracht meer werkkapitaal in dan normaal, dan krijg je het verschil. Zit er minder in, dan gaat het van de prijs af.
Waar het in de flex op aankomt
- Het normale niveau. Een te hoog afgesproken niveau kost je direct geld. Let op seizoenen: werk je in een sector met pieken, dan heb je in drukke maanden veel meer debiteuren dan in rustige.
- Factoring. Een openstaand voorschot van een factor telt als schuld en gaat van de koopprijs af. Spreek ook af wat er bij de overdracht met het contract gebeurt: aflossen of overnemen. Lees hierboven waarom te veel factoring je dubbel raakt.
- De G-rekening en de Wtta-borg. Allebei geld dat van jouw bv is, maar niet vrij. Spreek af hoe ze in de koopprijs meetellen, anders is het een discussie op de dag van de overdracht.
- Oude en dubieuze debiteuren. Een koper kijkt naar de ouderdom van je facturen. Een post die al maanden openstaat, telt hij niet mee als werkkapitaal.
- Betaaltermijnen en concentratie. Een grote klant die in 60 dagen betaalt, kost een koper werkkapitaal. Dat ziet hij terug in wat hij wil betalen. Lees waar een koper in het boekenonderzoek naar kijkt.
Vlak voor de verkoop hard je debiteuren binnenhalen helpt weinig. Het normale niveau is een gemiddelde, en een koper corrigeert voor wat er op de dag zelf in zit. Wat wel helpt, is een jaar eerder beginnen: kortere termijnen afspreken met nieuwe klanten, oude posten opruimen en je G-rekening op het juiste niveau brengen. Dan werkt een lager werkkapitaal door in de cijfers waarmee een koper rekent. Zo maken we je bedrijf verkoopklaar.
Wil je weten wat er na de hele som voor jou overblijft? Lees wat je uitzendbureau waard is, of doe de gratis waardecheck.
Zelf aan de slag.
Gratis en anoniem, zonder e-mailadres. Alle tools
Vragen over werkkapitaal en factoring.
Omdat je je uitzendkrachten per week, per vier weken of per maand betaalt, terwijl je klant pas na zijn betaaltermijn betaalt. Bij een termijn van 30 dagen en wekelijkse verloning schiet je al snel vier weken loon voor, bij 60 dagen het dubbele. Dat bedrag groeit mee met elke uitzendkracht die je erbij plaatst.
Nee. Geld op je G-rekening mag je alleen gebruiken om loonheffingen en btw te betalen. Staat er meer op dan je nodig hebt, dan vraag je bij de Belastingdienst deblokkering aan voor het overschot. De afhandeling duurt normaal ongeveer twee weken.
Je verkoopt of verpandt je facturen aan een factor. Die betaalt je meteen het grootste deel uit, volgens de KVK meestal 80 tot 90 procent. Betaalt je klant, dan krijg je de rest min kosten en rente. Let op de looptijd, limieten per klant, wie het risico draagt als een klant niet betaalt, en hoe de factor omgaat met het deel dat op je G-rekening komt.
Als je het gebruikt voor meer dan het gat tussen lonen en betalingen: groei, overnames, verliezen of dividend. Signalen zijn dat je de ruimte structureel tot het maximum gebruikt, dat je loonheffing of btw laat betaalt en dat je financiering afhangt van een of twee klanten. Maak dan een kasprognose, scheid werkkapitaal van investeringen en bouw de voorschotten stap voor stap af.
Vanaf 2027 stort je per uitlenende bv 100.000 euro als waarborgsom, tenzij je vrijstelling hebt. Je stort pas als de NAU je wil toelaten, je krijgt er geen rente over en het geld staat vast. Houd je je vier jaar aan de regels, dan krijg je het terug. Neem het op in je kasprognose voor 2027.
Een koper telt een openstaand factoringvoorschot als schuld. In de equity bridge gaat het van de ondernemingswaarde af. Tegelijk spreek je een normaal niveau van werkkapitaal af, en je debiteuren blijven in het bedrijf. Spreek ook af of het contract bij de overdracht wordt afgelost of overgenomen.
Het niveau van debiteuren min crediteuren dat een koper nodig heeft om het bedrijf zonder extra geld te laten draaien, meestal een gemiddelde over de afgelopen maanden. Zit er bij de overdracht meer in, dan krijg je het verschil. Zit er minder in, dan gaat het van de prijs af.
Bronnen.
- Belastingdienst: inlenersaansprakelijkheid
- Belastingdienst: G-rekening aanvragen, gebruiken, muteren, deblokkeren of opheffen
- Belastingdienst: deblokkeren en uitwinnen G-rekening
- Belastingdienst: aansprakelijkheid voor loonheffingen en btw bij inlening van personeel
- Belastingdienst: vrijwaring van aansprakelijkheid voor inleners (SNA-register)
- Belastingdienst: verklaring betalingsgedrag inlenersaansprakelijkheid (uitlener)
- Toelating uitleenmarkt (NAU): waarborgsom
- Ondernemersplein: betalingstermijn, incasso en rente
- Rijksoverheid: ondernemers merken weinig effect van de nieuwe wet over betaaltermijnen
- Rijksoverheid: bedrijven en overheden, betaal je leveranciers op tijd (juni 2026)
- ABU: CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028
- KVK: factoring voor snelle betaling van je facturen
- Ondernemersplein: kredietverzekering
- Verbond van Verzekeraars: vijf vragen over kredietverzekeraars
- FAAN: ledenlijst factoringmaatschappijen
- ABN AMRO: Commercial Finance, G-rekening en detacheringsbranche in beeld
- Bibby Financial Services: financiering voor uitzendbureaus en recruitmentbedrijven
- Factris: factoring voor uitzendbureaus
- o2Factoring: factoring voor uitzendbureaus
- Svea Bank: factoring voor uitzendbureaus
- De equity bridge uitgelegd
Stand september 2026. Dit artikel is een hulpmiddel, geen financieel, juridisch of fiscaal advies. Het rekenvoorbeeld is vereenvoudigd. Laat je situatie beoordelen door je accountant of fiscalist.
Wil je weten wat je werkkapitaal doet met je prijs?
In een vertrouwelijk gesprek kijken we naar je debiteuren, je financiering en de Wtta-borg, en wat een koper daarmee doet. Het eerste gesprek is gratis en verplicht je tot niets. Liever eerst zelf een indruk? De waardecheck geeft je in twee minuten een bandbreedte.