De nieuwe uitzend-cao 2026.Wat er per 1 januari veranderde, en wat het doet met je omrekenfactor en je marge.

Sinds 1 januari 2026 geldt de nieuwe CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028 van ABU en NBBU. De inlenersbeloning is weg, de gelijkwaardige beloning is er, en iedere uitzendkracht bouwt vanaf de eerste werkdag pensioen op bij StiPP. In deze blog lees je wat er veranderde, wie het controleert, wat het kost en waar een koper later naar vraagt.

Robbert Jan de Rooij

Was zelf vennoot in een uitzendbureau
Robbert Jan de Rooij. Was vennoot in een uitzendbureau en verkocht zelf zzp-platform ZZP365. Bel direct: 040 798 8781 of volg op LinkedIn

Wat er per 1 januari 2026 veranderde.

Eerst in het kort. Dit is wat de cao uitzendkrachten 2026 voor je bureau anders maakte:

  • Gelijkwaardige beloning. De inlenersbeloning is vervangen. Het pakket van je uitzendkracht moet minstens evenveel waard zijn als bij de inlener.
  • Pensioen vanaf dag één. Bij StiPP is er één regeling, met opbouw vanaf de eerste werkdag.
  • Het fasensysteem. De grote wijziging in de fasen en de ketenbepaling kwam niet op 1 januari 2026. Die hangt aan het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers.

Van inlenersbeloning naar gelijkwaardige beloning

De nieuwe cao loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028. ABU en NBBU hebben ieder een eigen versie, met dezelfde afspraken over beloning. Ben je geen lid, of detacheer je, laat dan toetsen of je onder de werkingssfeer valt.

Tot 2026 werkte je met de inlenersbeloning. Dat was een vaste lijst van onderdelen die je van de inlener overnam: het loon, de toeslagen, de vergoedingen, de loonsverhogingen. Onderdeel voor onderdeel, zo goed als één op één.

Nu kijkt de cao naar het hele pakket. Het totaal van de arbeidsvoorwaarden van je uitzendkracht moet minstens evenveel waard zijn als dat van een werknemer van de inlener in een gelijke of gelijkwaardige functie. Het hoeft niet identiek te zijn. Opgeteld moet het kloppen.

Wat telt er mee? De cao noemt dit de essentiële arbeidsvoorwaarden:

  • Loon en andere vergoedingen, zoals toeslagen.
  • Arbeidsduur en werktijden, inclusief overwerk, rusttijden, nachtwerk, pauzes, vakantie en werken op feestdagen.

Je mag sommige voorwaarden gelijk overnemen en andere op een gelijkwaardige manier invullen. Geef je iets minder dan de inlener, dan compenseer je dat met een andere voorwaarde uit dat rijtje. De toets gaat twee keer: eerst over het pakket van de kernvoorwaarden, daarna over het hele pakket, dus ook de overige voorwaarden zoals pensioen.

Dat klinkt als meer vrijheid, en dat is het ook. Maar het vraagt meer werk aan de voorkant. Je moet per inlener weten wat zijn mensen krijgen, en kunnen laten zien hoe jij tot een gelijkwaardig pakket komt. ABU en NBBU hebben daarvoor met SETU een standaard uitvraag gemaakt, zodat je de arbeidsvoorwaarden van de inlener digitaal kunt opvragen. Die staat op wijzerbelonen.nl.

Let op: ook de inlener heeft hier een rol. Hij levert de informatie aan, en volgens de SNCU kan hij via de ketenaansprakelijkheid voor loon mede aansprakelijk zijn als het loon niet klopt. Een inlener die traag of onvolledig aanlevert, is dus ook zijn eigen probleem.

Het fasensysteem en de ketenbepaling.

Fase A duurt 52 gewerkte weken. In die fase mag je onbeperkt uitzendcontracten sluiten en het uitzendbeding gebruiken. Daarna volgt fase B, met contracten voor bepaalde tijd, en daarna fase C met een contract voor onbepaalde tijd.

Er ligt een wijziging klaar, maar die hangt aan het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. Volgens de NBBU wordt fase B daarin twee jaar, met maximaal zes contracten. De onderbreking die de telling opnieuw laat beginnen, nu zes maanden, wordt fors langer. Hoe lang precies, hangt af van de wet zoals die er uiteindelijk komt.

De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 mei 2026 aan. Daarna is de Eerste Kamer aan zet. De NBBU verwacht de wijzigingen in het fasensysteem op 1 januari 2028, maar zegt er zelf bij dat die datum nog kan schuiven.

Wat je nu kunt doen: kijk in welke fase je mensen zitten en hoeveel van hen straks eerder in fase C komen. Een langere onderbreking betekent dat iemand die na een half jaar terugkomt, niet meer opnieuw in fase A begint. Dat raakt vooral bureaus met seizoenswerk en vaste terugkeerders.

Pensioen bij StiPP vanaf de eerste werkdag.

Sinds 1 januari 2026 is er bij StiPP één pensioenregeling. De oude Basis- en Plusregeling zijn gestopt. Je uitzendkracht bouwt pensioen op vanaf de eerste werkdag, vanaf de maand waarin hij 18 wordt tot de AOW-leeftijd.

De premie is 23,4 procent van de pensioengrondslag. Jij betaalt 15,9 procent, je uitzendkracht 7,5 procent. De pensioengrondslag is het pensioengevende loon min een franchise van 9,24 euro per pensioengevend uur.

Een rekenvoorbeeld per gewerkt uur, alleen de premie:

Pensioengevend uurloonGrondslag per uurJouw deel (15,9%)Deel uitzendkracht (7,5%)
15,00 euro5,76 euro0,92 euro0,43 euro
18,00 euro8,76 euro1,39 euro0,66 euro
22,00 euro12,76 euro2,03 euro0,96 euro

Werk je vooral met mensen die kort blijven, dan merk je dit het meest. Vroeger bouwde die groep niet vanaf dag één op. Nu zit de werkgeverspremie vanaf het eerste uur in je kostprijs, en dus in je tarief.

Wie controleert, en wat komt er nog.

De SNCU, de Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten, controleert of bureaus de cao goed toepassen. Een onderzoek begint met een brief waarin gegevens worden opgevraagd. Voor tien gekozen uitzendkrachten lever je dan een pakket aan: contracten, opdrachtbevestigingen, loonstroken, betaalbewijzen en werkbriefjes.

Vindt de SNCU afwijkingen, dan moet je die aantoonbaar herstellen. Dat betekent: per (oud-)uitzendkracht nagaan wat hij tekortkwam en dat nabetalen. Je krijgt daar twaalf weken voor na de handhavingsbrief. Bij de hercontrole moet alles zijn uitgerekend en betaald.

Onder de gelijkwaardige beloning wordt dat lastiger dan vroeger. Een lijst van tien onderdelen kun je afvinken. Een vergelijking van twee hele pakketten moet je kunnen uitleggen. Wie per inlener niet heeft vastgelegd hoe hij tot een gelijkwaardig pakket kwam, heeft bij een controle weinig in handen.

Dan de Wtta. Vanaf 1 januari 2027 heb je een toelating nodig om uit te lenen. In het normenkader waaraan je wordt getoetst, staat (nog) geen eis voor beloning volgens de cao. ABU en NBBU melden dat die eis nog volgt, omdat de beloning is omgezet naar gelijkwaardige beloning en het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers nog loopt. Hoe die norm eruit gaat zien, weet niemand. Reken er wel op dat hij komt. Bekijk het Wtta-stappenplan.

In dat wetsvoorstel zit ook een wijziging over beloning. Volgens vakmedia kan de minister straks bij algemene maatregel van bestuur arbeidsvoorwaarden aanwijzen waarop de cao niet meer mag afwijken, ook niet met compensatie. De NBBU is daar kritisch over. Hoe dit uitpakt voor de gelijkwaardige beloning, is nog niet duidelijk.

Wat het doet met je marge en tarieven.

Je kostprijs per uur hangt nu meer dan vroeger af van de inlener. Een inlener met ruime toeslagen, extra vrije dagen of een korte werkweek maakt je uitzendkracht duurder. Twee klanten met hetzelfde uurloon kunnen dus een ander tarief nodig hebben.

Daar komt de pensioenpremie vanaf dag één bij. Wie zijn tarieven in 2025 heeft afgesproken en niet heeft herzien, levert waarschijnlijk marge in zonder het te zien. Dat merk je pas als je de brutomarge per uur per klant naast die van vorig jaar legt.

Drie dingen die helpen:

  • Reken per inlener. Niet één omrekenfactor voor alle klanten, maar per klant een factor die past bij zijn pakket. Reken het uit met de tariefcalculator.
  • Leg de doorberekening vast. Spreek in je raamovereenkomst af dat een wijziging in de arbeidsvoorwaarden van de inlener of in de cao doorwerkt in je tarief.
  • Maak de inlener verantwoordelijk voor zijn informatie. Laat hem zijn arbeidsvoorwaarden aanleveren via de standaard uitvraag, en laat hem wijzigingen op tijd melden.

Wat betekent dat voor je omrekenfactor? Neem de pensioenpremie. Is je pensioengevend uurloon 18 euro, dan betaal je 1,39 euro premie per uur. Dat is ongeveer 7,7 procent van het uurloon, of zo'n 0,08 op je omrekenfactor, nog voor je marge. Daarbovenop komt per inlener wat zijn pakket kost aan toeslagen, vakantie en werktijd. Hoe je de hele factor opbouwt, lees je in een aparte blog: de goede omrekenfactor voor je uitzendbureau.

Een eigen observatie: de bureaus die dit goed doen, gebruiken de nieuwe cao als reden om met hun klanten opnieuw over tarieven te praten. Iedereen in de markt heeft dezelfde kostenstijging. Dat maakt het gesprek makkelijker dan je denkt.

Wat een koper hierover vraagt.

Een fout in de beloning gaat bij een aandelenkoop mee naar de koper. Hij kijkt daarom gericht naar de cao. In het boekenonderzoek kun je deze vragen verwachten:

  • Hoe leg je de gelijkwaardige beloning vast? Per inlener de uitvraag, de vergelijking en de keuzes die je maakte.
  • Hoe zat het tot en met 2025? Voor de jaren daarvoor gaat het om de inlenersbeloning. Een fout daarin kan nog jaren na het einde van de uitzending tot een nabetaling leiden.
  • Zijn er SNCU-onderzoeken geweest? Met de rapporten, de herstelberekeningen en het bewijs van betaling.
  • Klopt de StiPP-afdracht? Voor iedereen, vanaf de eerste werkdag.
  • Hoe ontwikkelt je marge per uur? Per klant, over 2025 en 2026. Een koper ziet snel of je de nieuwe kosten hebt doorberekend.
  • In welke fase zitten je mensen? En wat verandert er als het fasensysteem straks wijzigt.

Wat een koper vindt, verdwijnt zelden. Het komt terug in de prijs, in garanties of in een deel van de koopsom dat pas later wordt betaald. Lees de volledige due diligence checklist.

Het omgekeerde geldt ook. Een bureau dat per inlener kan laten zien hoe de beloning is opgebouwd, en waarvan de marge de nieuwe cao al heeft verwerkt, geeft een koper weinig reden om te korten. Dat is geld dat je nu verdient met huiswerk. Zo bepaal je wat je uitzendbureau waard is, en zo maak je het verkoopklaar.

Vragen over de uitzend-cao.

De nieuwe CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028 van ABU en NBBU verving de inlenersbeloning door gelijkwaardige beloning. Daarnaast bouwt iedere uitzendkracht sinds 1 januari 2026 vanaf de eerste werkdag pensioen op bij StiPP, in één regeling. De grote wijziging in het fasensysteem hangt aan het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers en kwam niet op 1 januari 2026.

Bij de inlenersbeloning nam je een vaste lijst van onderdelen van de inlener over, onderdeel voor onderdeel. Bij de gelijkwaardige beloning kijk je naar het hele pakket: loon, toeslagen, werktijden en vakantie van je uitzendkracht moeten samen minstens evenveel waard zijn als bij een werknemer van de inlener in een gelijke of gelijkwaardige functie. Een nadeel op het ene punt compenseer je met een ander punt.

De premie is 23,4 procent van de pensioengrondslag. Als werkgever betaal je 15,9 procent en de uitzendkracht 7,5 procent. De grondslag is het pensioengevende loon min een franchise van 9,24 euro per pensioengevend uur. Bij een pensioengevend uurloon van 18 euro is jouw deel zo'n 1,39 euro per uur.

Je kostprijs hangt meer af van de inlener, omdat zijn pakket aan toeslagen, vakantie en werktijd meetelt. Daar komt de pensioenpremie vanaf de eerste werkdag bij. Reken daarom per klant een eigen factor uit, met de tariefcalculator op exitinflex.com, en leg in je raamovereenkomst vast dat wijzigingen doorwerken in je tarief.

De SNCU controleert of uitzendbureaus de cao goed toepassen. Bij een onderzoek vraagt ze voor tien uitzendkrachten contracten, opdrachtbevestigingen, loonstroken, betaalbewijzen en werkbriefjes op. Afwijkingen moet je herstellen door na te betalen aan (oud-)uitzendkrachten, binnen twaalf weken na de handhavingsbrief.

Het normenkader van de Wtta bevat nu nog geen eis voor beloning volgens de cao. ABU en NBBU melden dat die eis naar verwachting nog volgt, na de overstap naar gelijkwaardige beloning en het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. Hoe die norm eruitziet, is nog niet bekend.

Een koper vraagt hoe je de gelijkwaardige beloning per inlener vastlegt, hoe je de inlenersbeloning tot en met 2025 toepaste, of er SNCU-onderzoeken waren, of de StiPP-afdracht klopt en hoe je marge per uur zich over 2025 en 2026 ontwikkelde. Wat hij vindt, komt terug in de prijs, in garanties of in een later deel van de koopsom.

Nuttig voor een collega-ondernemer? Deel op LinkedIn Stuur door per mail

Heeft de nieuwe cao je marge al geraakt?

In een vertrouwelijk gesprek kijken we naar je tarieven, je marge per klant en hoe een koper jouw toepassing van de cao zal lezen. Het eerste gesprek is gratis en verplicht je tot niets.

Plan een vertrouwelijk gesprek Open de tariefcalculator

Weet binnen twee minuten waar je staat

Doe de gratis waardecheck op ons platform: je vult veertien branche-variabelen in en ziet je bandbreedte, je multiple en de opbouw direct op het scherm. Je hebt geen e-mailadres nodig om je uitkomst te zien. Wil je het rapport bewaren of laten meekijken door een adviseur, dan kan dat.